TTIP top of TTIP flop? Verslag!

Primaire tabs

Sinds juli 2013 zitten de twee grootste handelsmachten in de wereld - de EU en de VS - aan tafel. Doel? Het onderhandelen van een vrijhandelsverdrag dat ervoor moet zorgen dat het voor bedrijven gemakkelijker wordt om in het andere land producten en diensten te verkopen of er zich te vestigen en er te investeren. Hoewel ze aan beide kanten van de oceaan er rotsvast van overtuigd zijn dat dit verdrag zal zorgen voor veel jobs en economische groei, lopen de onderhandelingen niet van een leien dakje.

Bovendien schieten de anti-TTIP-organisaties ondertussen als paddenstoelen uit de grond. ‘Niet transparant, een gevaar voor onze Europese standaarden en consumentenbescherming, en vooral bedoeld om bedrijven te dienen in plaats van burgers,’ luidt het. Zij maken zich zorgen om het feit dat 92% van de mensen die geconsulteerd worden in de onderhandelingen, lobbyisten zijn voor grote bedrijven. De anti-TTIP bewegingen vrezen dat grote multinationals zodanig veel macht krijgen, dat de Europese besluitvormers de regels aan hun belangen zullen aanpassen in plaats van aan die van de Europese bevolking.

Ferdi De Ville is professor aan Universiteit Gent en is gespecialiseerd in Europees handelsbeleid en de eurocrisis en schreef geregeld over TTIP. De centrale vraag was: „Moeten we wantrouwig zijn?” Ferdi gaf meteen het antwoord: „Ja”.

En wel hierom:

  1. De argumenten van de Europese Commissie pro dit handelsakkoord zakken heel snel in elkaar. De vraag is echter, wat is de echte motivatie dan wel?
  2. De grootste voorstanders van dit akkoord zijn multinationals, zowel Europese als Amerikaanse
  3. Het discours van de Europese Commissie toont erg veel gelijkenissen met het discours over REFIT (initiatief om regels te vereenvoudigen) waar al heel veel kritiek op gekomen is (zie bijvoorbeeld hier) http://kathleenvanbrempt.be/sociaal/werk/rethink-refit/

Het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten gaat veel verder dan een traditioneel handelsakkoord. In TTIP gaat slechts 20% over tarieven en quota. Mocht het handelsakkoord dus enkel daaruit bestaan, dan bereiken we maar 1/5de van de voordelen die het akkoord ons belooft.

De overige 80% van die voordelen (lees: economische groei), moet dus worden bereikt via andere maatregelen. En daar knelt het schoentje. Die maatregelen betekent sleutelen aan onze regelgeving. Want die verschillen nogal. Voor bedrijven is het vaak een extra kost om een product aan te passen vooraleer het de Atlantische oceaan overgaat. Dus, redeneren ze, als we die barrière wegwerken betekent dat goed nieuws voor onze economie. Maar de vraag is; behouden we de Amerikaanse regels? Of de Europese? Of toch allebei?

Argumenten van de Europese Commissie zijn zwak

De Europese Commissie is een grote voorstander van dit akkoord, haar communicatie draait voornamelijk op drie argumenten:

  • Economische groei van 0,5 procent
  • onze regels worden voorbeeld voor de rest van de wereld
  • dit akkoord lukt zonder aan onze eigen ambitieuze standaarden te raken

En die argumenten zijn met een korrel zout te nemen:

De Europese Commissie wil 50% van de verschillen in regelgeving die te wijten zijn aan beleid wegwerken om zo 0,5 % economische groei te genereren. Dat cijfer klinkt als muziek in de oren na 7 jaar economische crisis. Maar het model dat gehanteerd wordt om het groeicijfer te berekenen wordt fel bekritiseerd. In het model gaat men er bijvoorbeeld van uit dat vraag en aanbod altijd in evenwicht is en er dus geen werkloosheid bestaat .

Ze rekenen dat 0,5 % groei 545 euro extra koopkracht bekent voor een modaal gezin. Een modaal gezin wordt in de studie voorgesteld als een gezin van 4, terwijl volgens Eurostat het gemiddelde 2,3 bedraagt. En wat betekent dat eigenlijk? 545 euro extra koopkracht? Dat is 2,4 euro extra per week, zelfs als je er van uit gaat dat die middelen evenredig tot bij elke Europeaan terecht komen. Slechts één pintje extra per week dus.

De berekeningen voor die groei zijn bovendien slechts schattingen. Met het wegwerken van tarieven weet je vrij precies hoeveel extra handel en dus groei je kan verwachten, maar wat met andere regels? Kunnen we exact berekenen wat de groeiwinst zal zijn eens de regelgeving verandert? Om dit in een cijfer te gieten baseerde de studie zich op experten en … enquêtes bij het bedrijfsleven dat er belang bij heeft deze voordelen als groot voor te stellen.

Komt daarbij dat Karel De Gucht in zijn communicatie altijd de indruk wekte dat de economische groei er zal zijn nog voor de inkt van de handtekeningen op het verdrag droog is. Maar TTIP is een eerste stap in een nieuwe dynamiek waar de markt zich nog moet naar zetten. Het duurt al een aantal jaren om de regels om te zetten, en reken daar nog eens het dubbele bij om daar economische resultaten van te zien. Het argument dat dit akkoord ons uit de crisis zal helpen is op z’n minst kort door de bocht te noemen. Die groei zal ten vroegste zichtbaar zijn in 2027, maar dat wordt er zelden bij gezegd.

Een tweede argument van de Europese Commissie is dat als twee wereldmachten een akkoord sluiten over standaarden in milieu, gezondheid en consumentenzaken, de rest van de wereld die wel zal overnemen. Dat klopt als je de regels harmoniseert. De EU en de VS zijn samen goed voor de helft van de wereldeconomie en een derde van de wereldhandel.

Maar de Europese Commissie gaf expliciet aan die weg niet te willen bewandelen. In de plaats kiest men voor het principe van wederzijdse erkenning, waarbij de Europese standaarden ook in de Verenigde Staten gelden, en de Amerikaanse op ons continent. Op die manier creëer je geen wereldstandaard, want er is geen enkele stimulans voor niet-Westerse bedrijven om hun regels aan te passen, als enkel Europese en Amerikaanse bedrijven van deze wederzijdse erkenning kunnen genieten (wat te verwachten valt).

Het derde argument van de Europese Commissie is dat we dit akkoord kunnen sluiten zonder te raken aan onze eigen hoge Europese standaarden zoals bijvoorbeeld het verbod op hormonen in rundsvlees of de strenge regulering van GGO’s. Aan dat laatste wordt inderdaad wellicht niet geraakt, mede dankzij het grote volksprotest dat overal in Europa is ontstaan. Maar wat met andere producten?  De voorstanders gebruiken altijd het voorbeeld van auto’s. Karel De Gucht vroeg regelmatig tijdens zijn speeches als handelscommissaris wie al eens met een auto heeft gereden in de Verenigde Staten. Wanneer meer dan de helft van de handen de lucht in gaan, vraagt hij wie zich onveilig heeft gevoeld. Niemand, blijkt.

De achterliggende gedachte aan deze vraag is dat het verschil in standaarden het resultaat is van een historisch proces van regelgeving, waarbij de Verenigde Staten per ongeluk tot een andere standaard kwamen dan de EU. „Een toevallig verschil, niets meer. Moet dat ons daarom zoveel geld kosten?” luidt de redenering.

Maar het verschil is minder onschuldig dan het lijkt; misschien niet zozeer voor auto’s, maar vooral op vlak van chemicaliën, cosmetica en andere producten. Maar zelfs wat de auto’s betreft, zijn de bumpers in de Verenigde Staten niet zomaar toevallig verschillend van die in in de EU. De Europese bumpers moeten vooral de voetganger beschermen, terwijl in de Verenigde Staten de bumpers in de eerste plaats schade aan de wagen moeten voorkomen bij een frontale botsing. Voelen we ons dan echt zo veilig? En waarom kan De Gucht niet meer voorbeelden bedenken dan de wagens alleen?

Multinationals zijn de grootste voorstander

Het zijn voornamelijk de grote multinationals die het meeste bij TTIP te winnen hebben. Ze zijn dan ook vragende partij voor een zo breed mogelijk akkoord. Het is vanzelfsprekend dat Trans-Atlantische bedrijven hier nauw bij betrokken zijn, maar je kan je wel vragen stellen over het aandeel van de grote bedrijven in de consultatierondes van de Europese Commissie (nl. 92%). De voorstanders argumenteren dat ook consumenten en KMO’s veel te winnen hebben bij TTIP, maar de vertegenwoordigers van deze groepen tonen zich zelf vaak sceptisch tot kritisch ten opzichte van de onderhandelingen.

Cut the red tape 

Het discours van de Europese Commissie inzake TTIP doet wel heel sterk denken aan dat van REFIT. REFIT is een initiatief van de Commissie om de ‚red tape’ te verminderen. Men wilde op zoek gaan naar overbodige Europese regelgeving en die schrappen. Deze aanpak werpt een heel andere kijk op regelgeving dan de Europese lidstaten gewend zijn. Het leunt meer aan bij de Verenigde Staten, waar men in tegenstelling tot ons voorzorgsbeginsel, pas een wet aanneemt als je kan bewijzen dat die noodzakelijk is via een strikte kostenbatenanalyse. Aan de andere kant is de bescherming achteraf in de Verenigde Staten velen malen groter dan bij ons (via schadevergoedingen).

Het REFIT-discours van de Europese Commissie neigt dus eerder naar de Amerikaanse cultuur van regelgeving. We moeten dus waakzaam blijven voor de manier waarop wij aan regelgeving doen. De Europese Commissie zegt wel expliciet niet aan het voorzorgsbeginsel te raken, maar in veel gevallen en voorstellen komt het daar wel op neer.

Dus wat met TTIP? „Waakzaam blijven” zegt Ferdi De Ville. „Niet enkel over GGO’s en ISDS, maar net over die kleine zichtbaar onschuldige regels, die wel een grote impact kunnen hebben op onze bescherming. En vooral kritisch zijn ten opzichte van het discours dat regulering in de eerste plaats als een handelsbarrière bestempelt en dat stelt dat Europa en Amerika toch grotendeels dezelfde doelstellingen en cultuur hebben als het aankomt op het corrigeren van de markt.”

Wordt vervolgd!

Voor meer info, zie het gratis te raadplegen artikel van Ferdi De Ville: http://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/13563467.2014.983059.